25. Verslaafd – alcohol, een giftig goedje

Ouders en opvoeders maken zich vaak meer zorgen over het mogelijke softdrugsgebruik van hun kinderen dan over hun alcoholgebruik. Dat komt waarschijnlijk omdat alcohol drinken in onze maatschappij zo gewoon is. Maar het is best vaak een slechte gewoonte.
We spreken van alcoholmisbruik als de alcohol geestelijke en lichamelijke klachten veroorzaakt, en mensen zich gaan misdragen. Ruzie maken, met een slok op achter het stuur.
Van alcoholverslaving is sprake als drinken gepaard gaat met persoonlijke en sociale problemen. Maar ook als je niet kunt stoppen met drinken, terwijl je dat wel zou willen. Of als je drank nodig hebt om je goed te voelen.
Te veel alcohol kan allerlei organen beschadigen: hart, lever, longen, hart en nieren. Bij schadelijk alcoholgebruik gaat het om meer dan 14 glazen per week voor vrouwen, en meer dan 21 glazen per week voor mannen. Ook als vrouwen eens per week meer dan 4 glazen op een avond drinken, en mannen meer dan 6, is dat schadelijk voor de gezondheid.
Drinken is ook slecht voor de hersenen, vooral bij jongeren. Want hun hersenen zijn zich nog aan het ontwikkelen (zie 3. De hersenen). Drinken verstoort dat proces.
Alcohol heeft ook indirect schadelijke effecten. Jongeren die veel drinken, gedragen zich gemakkelijker roekeloos. Ze komen daardoor vaker in onveilige situaties terecht. Denk aan verkeersongelukken, onveilige seks en vechtpartijen.
Alcohol en drugs tegelijk gebruiken, is extra gevaarlijk. Samen met softdrugs vergroot het bijvoorbeeld de kans op black-outs.
Ouders die niet willen dat hun kinderen drinken, moeten:
(1) hun thuis geen alcohol geven;
(2) drankgebruik aan de orde stellen vóórdat hun kinderen willen gaan drinken, dus rond het 11de jaar.
Kinderen van ouders die strenge regels stellen, beginnen later met drinken en drinken ook minder.