29. Vaardigheden voor opvoeders – het nut van ouwehoeren

Er zijn vijf belangrijke vaardigheden die ouders en opvoeders helpen kinderen op een goede manier op te voeden:
(1) Structuren. Daarbij gaat het om regels, routines en rituelen.
Regels maken gaat over grenzen stellen en duidelijk maken wat gezinsleden van elkaar verwachten. Bijvoorbeeld: niet schelden, beloften nakomen, meehelpen. Hoe ouder kinderen worden, hoe meer invloed ze zelf op die regels krijgen.
Routines gaat over dingen als samen ontbijten en vaste bedtijden. Dat is belangrijk voor de gezondheid van kinderen.
Rituelen zijn momenten door het jaar heen waarop kinderen merken bij wie ze horen. Bijvoorbeeld verjaardagen, Kerst, Suikerfeest.
(2) Stimuleren. Moedig je kinderen aan dingen te leren die hun ontwikkeling bevorderen. Positieve aandacht is daarbij belangrijk: kijk naar wat goed gaat, niet naar wat mis gaat.
(3) Negeren. Een dreinend en mopperend kind geef je geen aandacht. Negeren doe je bij ongewenst gedrag. Helpt dat niet, zet het kind dan even apart (zie 8. Boze peuters en kleuters).
(4) Communiceren. Praat met kinderen over wat hen bezighoudt, en heb er niet meteen een mening over. Ouwehoeren is de smeerolie van relaties, ook die tussen ouder en kind.
(5) Organiseren. Behalve ouders zijn er ook andere opvoeders die het kind opvoeden. Dat vraagt om een goede afstemming en organisatie tussen al die opvoeders. Alleen dan krijgt het kind dezelfde dingen te horen en wordt het op een gelijksoortige manier benaderd.
Het is daarom belangrijk te praten met leerkrachten, sporttrainers en medewerksters van de opvang, maar ook bijvoorbeeld met je buren (zie 41. Samen opvoeden).