5. Sociaal-emotionele ontwikkeling – ik tussen anderen

Leven doe je niet alleen, maar met anderen. Het is daarom handig als anderen jou goed kunnen begrijpen, en jij anderen goed kunt begrijpen. De basis hiervoor wordt al meteen na de geboorte gelegd.
Baby’s die geknuffeld worden en aandacht krijgen, voelen zich veilig bij hun ouders/verzorgers. Die veilige band is nodig voor een goede sociaal-emotionele ontwikkeling.
Kinderen met een goede sociaal-emotionele ontwikkeling kunnen zich inleven in anderen, anderen helpen, conflicten oplossen, en voor zichzelf opkomen.
Dat gaat stapje voor stapje. Zo voelen baby’s jonger dan 8 maanden zich nog één met hun ouders: ‘de ander’ bestaat voor hen nog nauwelijks.
Kinderen vanaf anderhalf jaar ontdekken dat ze een persoon zijn met een eigen wil. Ze gaan die wil ook uitproberen. Ze worden vaak heel eigenwijs en, in de ogen van hun ouders, vervelend.
Wat ze in feite doen, is hun onafhankelijkheid oefenen. Dat duurt tot ze 3 of 4 jaar zijn.
Hoe ouder kinderen worden, hoe groter de wereld om hen heen wordt. De buurt, de school, de maatschappij, maar ook televisie en internet: allemaal hebben ze invloed op kinderen. Het hangt van hun leeftijd af hoe ze daarop reageren.
Kinderen tussen 10 en 12 jaar willen het vaak ‘goed’ doen en zich aan de regels houden. Pubers denken meer na over wat ze er zelf van vinden. Daarom hebben ze thuis en op school vaak conflicten met volwassenen (zie 9. Pubers en conflicten). Ze denken ook meer na over hoe ze zelf in elkaar zitten. Dan kunnen ze zich ongelukkig voelen, omdat ze denken dat niemand hen begrijpt.
Al die dingen horen bij het losmaken van thuis, het ontdekken wie ze zelf zijn, en het veroveren van een eigen plek tussen anderen.