41. Samen opvoeden – zorgen voor veiligheid en verbondenheid

Kinderen worden beïnvloed door alles en iedereen. School, straat, thuis, televisie. Zelfs een voorbijganger op straat voedt op, al heeft hij dat niet in de gaten. Want kinderen horen niet alleen wat mensen zeggen, ze zien ook hoe ze zich gedragen.
Een omgeving waarin kinderen op een veilige manier hun gedrag kunnen oefenen, is belangrijk voor een goede ontwikkeling van kinderen. Maar zo’n omgeving is er lang niet altijd. Ouders en kinderen wonen niet altijd in de buurt van familie en vrienden. De buurt is soms te onveilig om buiten te kunnen spelen. Ook liggen veel ontmoetingsplekken zoals scholen, sportvelden en hangplekken niet meer in de buurt, maar daarbuiten. En op straat komen mensen elkaar minder vaak tegen.
Ouders kunnen daardoor minder gemakkelijk een beroep doen op andere ouders en opvoeders, of met ze overleggen wanneer er problemen zijn. In plaats daarvan zijn er nu meer deskundigen.
Deskundigen zijn vaak goed in het ontdekken wat een kind mankeert. Ook weten ze vaak hoe je het ontdekte probleem kunt oplossen.
Dat is fijn, maar het heeft ook een nadeel: ouders en kinderen leren niet meer dat problemen bij het leven horen, en dat je ze vaak zelf kunt oplossen. Met hulp van andere ouders en opvoeders.
Sommige ouders zoeken contact met andere ouders via internet. Zo wisselen ze ervaringen uit. Maar internet kan persoonlijk contact niet helemaal vervangen. Een ondersteunend netwerk kan daarom helpen.
Scholen, kinderdagverblijven en andere instellingen kunnen helpen ouders met elkaar in contact te brengen. Sommige ouders hebben ook behoefte aan praktische hulp, zoals een oppas of gezinshulp (zie 37. Een belast gezin).
Werkers in de jeugdzorg die kinderen met problemen begeleiden, kunnen ouders helpen een sociaal netwerk te organiseren. Daar kunnen ze zo nodig op terugvallen.