9. Pubers en conflicten – het belang van goed ruzie maken

Ouders en kinderen tussen ongeveer 11 en 14 jaar oud, hebben nogal wat meningsverschillen en conflicten. Dat is ook niet zo gek.
In de puberteit verandert het lichaam van kinderen (zie 2. Het lichaam). Ook veranderen hun gedachten en gevoelens (zie 5. Sociaal-emotionele ontwikkeling) en hun sociale gedrag (zie 3. De hersenen, 19. Seksualiteit en adolescentie).
De puberteit is de periode waarin kinderen de veiligheid van het gezin nog niet kwijt willen, maar zich wel willen losmaken van thuis. De spanning tussen die twee behoeften zorgt voor meer meningsverschillen en conflicten. Dat is misschien niet leuk, maar het is ook niet erg.
Meningsverschillen en conflicten zijn leermomenten: pubers leren argumenten verzamelen, onderhandelen, zich inleven in anderen, en compromissen sluiten. Zulke vaardigheden zijn belangrijk in het volwassen leven waar ze naar op weg zijn.
Maar: je kunt ook te véél conflicten hebben. Als ruzies dagenlang duren, kunnen jongeren daar angstig en depressief van worden. Ze kunnen in de problemen raken, en problemen betekenen vaak: nog méér ruzie.
Het is daarom het beste te proberen conflicten op een positieve manier op te lossen.
Laat elkaar uitpraten, ook als je het niet met elkaar eens bent. Luister met respect naar elkaar. Ga niet schelden of schreeuwen, en ga het conflict ook niet uit de weg.
Zoek naar overeenkomsten en vraag de puber om met een oplossing of voorstel te komen. Maak duidelijk wat je van elkaar verwacht, en spreek af om op een later moment te kijken of de oplossing ook heeft gewerkt.
Zo’n benadering werkt niet altijd, maar vergroot wel de kans dat conflicten op een opbouwende manier worden aangepakt.