24. Pesten – vooral een kwestie van macht

In Nederland wordt meer dan 10 procent van de kinderen tussen 9 en 11 jaar een keer per week of vaker gepest.
Pesten is herhaald agressief gedrag met negatieve bedoelingen van het ene kind gericht op het andere kind. Daarbij is sprake van een machtsverschil. Dat is meteen het verschil met plagen. Plagen doe je elkaar, en vaak kun je er nog om lachen ook. Pesten is voor het slachtoffer om te huilen zo erg.
Mensen die gepest worden, hebben weinig respect voor zichzelf en weinig zelfvertrouwen. Dat komt omdat ze zichzelf de schuld geven van het pesten, en zich ervoor schamen. Ze hebben ook weinig vertrouwen in andere mensen, juist omdat ze gepest worden.
Pesten kan in het echt, maar ook via de computer of mobiele telefoon. Veel gepest gebeurt via MSN. Dat gebeurt anoniem, waardoor de gepeste zich heel onveilig voelt. Want de pester staat middenin zijn huis; de gepeste kan niet eens van hem weglopen.
Gepeste kinderen kunnen deelnemen aan een Kanjertraining, waar ze leren voor zichzelf op te komen.
Ouders moeten luisteren naar hun gepeste kind en op school vertellen wat er aan de hand is (als het op school wordt gepest). School moet pesten serieus nemen en gedragsregels opstellen.
Thuis is het zinvol te praten over de leuke en minder leuke kanten van internet, en gedragsregels af te spreken. Niemand uitschelden, en uitleggen wanneer je iets dwarszit. Het helpt ook om de computer thuis op een plek te zetten waar ouders er zicht op hebben (zie 50. Mediawijsheid).
Ook is het belangrijk gepeste kinderen aan te moedigen vriendjes te maken met leeftijdsgenoten, zodat ze niet langer alleen staan.