33. Ouderschap – opvoeden doe je niet alleen

Opvoeden is eindeloos herhalen onder constant veranderende omstandigheden. Voor kinderen is opvoeden een voortdurend groeiproces; voor hun ouders ook. Wanneer ouders over hun opvoeding twijfelen, is dat positief. Het betekent dat ze erover nadenken.
Bij het opvoeden is het belangrijk dat ouders zicht krijgen op hun kind, hun kind verzorgen en veiligheid bieden, eisen stellen aan hun kind en grenzen trekken.
Ook dienen ouders samen te werken met andere opvoeders, zoals leerkrachten en sporttrainers (zie 41. Samen opvoeden). Ook een veilige buurt is belangrijk (zie 47. De buurt). En de samenleving moet voorzieningen bieden die goed opvoeden mogelijk maken.
Opvoeden is voor sommige ouders extra lastig. Zij kunnen hun eigen handelen niet goed beoordelen, of zijn meer bezig met hun eigen behoeften dan met die van hun kind. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren bij ouders die verslaafd zijn.
Ook kunnen ouders een kind hebben dat heel ingewikkeld in elkaar zit. Ze komen er maar niet uit wat het beste voor dat kind is.
Er zijn ouders die er niet in slagen een mede-opvoeder bij te sturen. Iemand mishandelt bijvoorbeeld zijn kind, maar dat wordt goedgepraat omdat hij zelf als kind ook is mishandeld (zie 40. Mishandeling en geweld).
Bij sommige ouders komen nare kanten van hun eigen opvoeding naar boven als ze zelf kinderen krijgen. Daardoor kan het voor hen lastiger zijn hun eigen handelen goed te beoordelen.
Er zijn ook ouders die eigenlijk hulp nodig hebben, maar die dat niet durven te vragen. Ze zijn bang dat ze hun kinderen kwijtraken omdat ze het niet goed genoeg doen.
Voor veel van deze ouders geldt dat ouderbegeleiding hen zou kunnen helpen om hun opvoedingsproblemen aan te pakken (zie 51. Steun voor ouders).