39. Omgaan met geld – sparen, plannen en uitkomen

Financieel zelfstandige jongeren hebben inzicht in hun inkomsten en uitgaven. Ze zijn gemotiveerd sommige dingen te doen (zoals sparen) en andere te laten (zoals plotselinge aankopen doen).
De meeste jongeren gaan goed met geld om. Toch komen zo’n 200 duizend jongeren tussen 8 en 18 jaar wél in de problemen. Ze lenen geld bij vrienden, kopen op afbetaling, of downloaden dingen van internet waarvoor ze via hun mobiele telefoon betalen.
Ouders, vrienden, en reclame op tv en internet beïnvloeden de manier waarop jongeren met geld omgaan en financieel zelfstandig worden. Financieel zelfstandig worden gaat niet vanzelf; dat moet je leren.
Zo moeten jongeren bijvoorbeeld leren uitkomen met hun geld. Maar dat lukt veel jongeren vaak niet: ruim de helft van de jongeren weet niet hoeveel geld ze per maand te besteden hebben. En dan maken ze schulden.
Jongeren die meer gericht zijn op consumptie, uitgaan en op digitaal communiceren, lenen meer dan andere jongeren en komen ook vaker geld tekort.
Een derde van de jongeren met schulden heeft ouders die hun gemakkelijk geld geven als ze daarom vragen. Maar wanneer ouders steeds bijpassen, leren kinderen niet dat geld ook een keer op is.
Kinderen die de waarde van geld hebben geleerd en ook hebben leren omgaan met geld, hebben de minste problemen met geld. Jongeren van wie de ouders niet gemakkelijk geld geven, weten hoeveel geld ze te besteden hebben, en kennen het belang van sparen.
Het is belangrijk afspraken te maken met kinderen over hun uitgaven, zoals uitgaan en telefoneren. Ook is het belangrijk daar al vroeg mee te beginnen, omdat leeftijdsgenoten na de basissschool meer invloed hebben op het financiële gedrag van jongeren dan ouders.
Spelen om geld moeten ouders verbieden.