40. Mishandeling en geweld – wegkijken en gezien worden

In ons land overlijden ongeveer 50 kinderen per jaar door mishandeling. In 2008 werden bij het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK) bijna 53 duizend meldingen gedaan van kindermishandeling en huiselijk geweld.
Mishandelde kinderen hebben vaak blauwe plekken, schaafwonden, botbreuken of brandwonden. Een gescheurde milt of lever is typisch voor mishandeling. Mishandelde kinderen worden vaak vernederd en uitgescholden, en soms seksueel misbruikt.
Of kinderen nou geweld tegen hun moeder zien of zelf worden mishandeld, de gevolgen zijn vergelijkbaar. Veertig procent van de kinderen die regelmatig geweld ziet, heeft onder meer last van angst, depressie, slapproblemen en agressie.
Volwassenen die als kind zijn mishandeld, hebben vaker last van minderwaardigheidsgevoelens, angst en depressie. De kans dat zij hun eigen kinderen mishandelen, is zes keer groter dan bij andere ouders.
Hoe jonger kinderen zijn, hoe meer last ze hebben van mishandeling en verwaarlozing. Ze zijn kwetsbaar en afhankelijk van hun ouders, en ze kunnen niet weglopen.
Peuters vertellen vaak heel direct wat er aan de hand is: ‘Papa gaf schop’.
Kinderen van de basisschoolleeftijd trekken zich vaak terug, worden depressief en gaan in zichzelf snijden (vaker bij meisjes). Of ze gaan zich juist druk en agressief gedragen (vaker bij jongens).
Pubers schamen zich meestal voor wat er thuis gebeurt, en verzwijgen het.
Voor kinderen tussen 7 en 11 jaar die geweld meemaakten tussen hun ouders, zijn er hulpprogramma’s zoals ‘Let op de kleintjes’ en ‘En nu ik...’ Jongeren hebben de site www.stukyoutoo.com ontwikkeld.
Kinderen die thuis met geweld te maken hebben, hangen vaak op straat rond. Ze kunnen baat hebben bij een veilige, gezellige omgeving om te spelen en te zien dat ze de moeite waard zijn (zie 41. Samen opvoeden, 47. De buurt).
Mishandeling stopt zelden vanzelf. Doe daarom aangifte en zoek hulp. Hoe eerder, hoe beter.