50. Mediawijsheid – altijd online, nooit onder toezicht

Veel kinderen hebben een tv, een (spel)computer en een mobiele telefoon. Kinderen tussen 10 en 16 jaar besteden elke dag gemiddeld 3,7 uur aan media. En dat wordt elk jaar meer.
Met de nieuwe media zijn kinderen actief bezig. Ze msn’en, sms’en, gebruiken internet. Vaak buiten het zicht van hun ouders.
Kinderen zijn technisch wel handig. Maar ze zijn vaak niet in staat media-inhoud goed te begrijpen. Hun sociaal-emotionele en intellectuele ontwikkeling is nog van een kinderniveau (zie 5. Sociaal-emotionele ontwikkeling, 17. Intellectuele ontwikkeling). Kinderen hebben daarvoor de opvoeding en regels van volwassenen nodig.
Nieuwe media kunnen zorgen voor positieve ervaringen en nieuwe vaardigheden. Maar er zijn ook negatieve effecten mogelijk.
Te veel gamen en/of msn’en kan leiden tot verslaving. Verkeerd gebruik kan leiden tot digitaal pesten (zie 49. Media).
De controle van ouders op het mediagebruik van hun kinderen wordt steeds minder, omdat ze er letterlijk minder zicht op hebben. De mobiele telefoon zit meestal in een broekzak, en met die telefoon kunnen kinderen vaak op internet.
Het is daarom goed kinderen te leren omgaan met media. Ouders zelf zijn belangrijke voorbeelden voor kinderen in de manier waarop zij met media omgaan. Ze moeten daarom zelf een redelijk niveau van mediawijsheid hebben.
Daarnaast moeten ouders zich verdiepen in nieuwe ontwikkelingen en belangstelling tonen voor de media die hun kinderen gebruiken. Dan kunnen ze uitnodigende vragen stellen aan kinderen, en met ze in gesprek blijven.
Kinderen leren omgaan met media begint al vanaf de leeftijd van 5, 6 jaar. Dat is nog vóórdat ze volop in aanraking komen met internet, sociale media en mobiele telefoon. Wie vroeg begint, kan kinderen op tijd mediawijsheid bijbrengen.
Het is belangrijk kinderen voldoende ruimte te gunnen, maar ouders moeten ook vasthouden aan de afspraken die over het mediagebruik zijn gemaakt. Ook als dat strijd oplevert.