28. Liefde en leiding – vier verschillende opvoedingsstijlen

Ouders en andere opvoeders voeden op verschillende manieren op. Grofweg kun je vier opvoedingsstijlen onderscheiden:
(1) Autoritaire opvoeders. Hun kinderen moeten zich aan de regels houden, krijgen vaak straf en weinig uitleg waarom iets moet.
Door zo’n dwingende opvoeding kunnen kinderen angstig en volgzaam worden, of juist tegendraads en agressief.
(2) Verwaarlozende opvoeders. Zulke opvoeders stellen weinig regels en tonen ook weinig betrokkenheid.
Hun kinderen leren niet wat verstandig is, eerlijk of goed. Dat moeten ze zelf maar uitzoeken.
(3) Toegeeflijke opvoeders. Zij hebben veel aandacht voor de behoeften van hun kinderen, en geven ze bijna altijd hun zin.
Hun kinderen leren niet met grenzen om te gaan en rekening te houden met elkaar. Ook leren ze niet zichzelf te beheersen (zie 30. Verwennen).
(4) Autoritatieve opvoeders. Zij stellen regels die ze toelichten, en letten op of gestelde regels wel worden nageleefd. Ze hebben aandacht voor de behoeften van hun kind, geven steun en tonen betrokkenheid.
Hun kinderen zijn meestal opgewekter, hebben wat meer zelfvertrouwen, doen het iets beter op school en hebben minder gedragsproblemen dan andere kinderen.
Elk kind heeft een eigen mix van liefde en leiding nodig. Daar komt bij dat sommige kinderen makkelijker zijn op te voeden dan andere (zie 20. Elk kind is anders, 23. Als ze het moeilijk hebben).
Ook ouders zelf zijn niet blanco (zie 21. Chemie tussen kind en opvoeders). Ze nemen hun eigen temperament en opvoedingsgeschiedenis mee, en hun eigen spanningen en problemen.
Gesprekken met mede-opvoeders zoals leerkrachten, andere ouders en sporttrainers kunnen ouders helpen. Ook hulp bij het aanleren van opvoedingsvaardigheden kan nuttig zijn (zie 51. Steun voor ouders).