45. Kinderopvang – samen spelen, samen delen, samen leren

Kinderen gaan naar een kinderdagverblijf omdat hun ouders buitenshuis werken. Maar ook omdat hun ouders het belangrijk vinden dat ze leren spelen met leeftijdsgenootjes. Dat stimuleert hun sociale ontwikkeling (zie 5 Sociaal-emotionele ontwikkeling).
In de Wet op de Kinderopvang is vastgelegd welke taken kinderopvangorganisaties hebben. Ouders hebben formeel recht op inspraak in de opvang, maar minstens zo belangrijk is wederzijdse belangstelling. Ook directe betrokkenheid van de ouders is belangrijk voor een goede kinderopvang. Ouders die komen pannenkoeken bakken, of muziek maken.
In de opvang moet de fysieke veiligheid van de kinderen steeds worden afgewogen tegen het recht op uitdaging. Er mogen geen grote ongelukken gebeuren, maar kinderen moeten klauteren en klimmen wel kunnen uitproberen. Een gezond kind heeft regelmatig een pleister op de knie.
Emotionele veiligheid ontstaat door positieve relaties en verbondenheid tussen kinderen onderling, en tussen kinderen en pedagogisch medewerkers. De medewerkers zorgen voor gezelligheid en wederzijdse betrokkenheid. Ze helpen kinderen goed samen te spelen en conflictjes op te lossen.
Kinderen leren in de groep om te gaan met elkaar, elkaar te respecteren en te helpen. En ze leren regels zoals ‘elkaar geen pijn doen’. Ook leren ze vriendschappen op te bouwen, en om te gaan met afwijzingen.
Op de kinderopvang en de naschoolse opvang komen kinderen van uiteenlopende leeftijden en in verschillende fasen van ontwikkeling (zie 1. Ontwikkeling, 5. Sociaal-emotionele ontwikkeling). Hoe ouder kinderen zijn, hoe meer ze zelf op onderzoek uit kunnen: door te lezen, afbeeldingen te bekijken, informatie op te zoeken in boeken of op de computer.
Door samen te werken met ouders, school, clubs in de buurt en bijvoorbeeld ook kunstenaars, kan het aanbod voor kinderen in de opvang zo veelzijdig en aantrekkelijk mogelijk worden gemaakt.