7. Huilende baby’s – troosten, wiegen en kalm blijven

Huilen van baby’s hoort bijna altijd bij hun normale ontwikkeling. Op die manier communiceren ze met hun ouders, want praten kunnen ze nog niet.
Regelmatig huilen gebeurt vooral in de eerste zes maanden na de geboorte. Baby’s huilen het meest in de tweede maand. In de vierde of vijfde maand wordt het minder.
Het huilen is voor ouders bijna altijd onverwacht en onvoorspelbaar. Het begint vanuit het niets. De baby is ontroostbaar, wat je ook probeert. Het huilen stopt vaak ook zomaar weer. De huilbuien duren ook best lang: meestal een half uur, en soms zelfs één of twee uur. Meestal huilen baby’s aan het einde van de middag en ’s avonds.
Mag je huilende baby’s troosten, of worden ze daar watjes of verwende krengetjes van? Het is nuttig om een baby van zes maanden of jonger op te pakken en te troosten. Troosten is belangrijk voor het basisvertrouwen van het kind en voor een veilige hechting (zie 6. Gehechtheid). Troosten zorgt er ook voor dat de stress bij de baby vermindert, en dat is goed voor zijn hersenontwikkeling (zie 3. De Hersenen).
Wat je niet moet doen om een baby te laten stoppen met huilen, is hem door elkaar schudden. Dat kan inwendige breuken en bloedingen veroorzaken, maar ook lichamelijke en geestelijke handicaps. Baby’s kunnen zelfs aan het schudden overlijden.
Baby’s met complicaties tijdens de geboorte huilen soms heel erg veel. Zij zijn moeilijk te troosten. Bij raar of veel huilende baby’s kan inbakeren helpen, samen met regelmaat (alles op dezelfde tijd) en een rustige omgeving (geen tv of radio).