35. Hoeksteen in soorten en maten – eenouder- en samengestelde gezinnen

Nederland telt ongeveer 2,5 miljoen gezinnen met kinderen. Een half miljoen daarvan bestaat uit eenoudergezinnen.
Onder de gezinnen met twee ouders neemt het aantal nieuw samengestelde gezinnen toe. Dit zijn (stief)gezinnen waarbij minimaal één van de ouders opnieuw is getrouwd en daarbij kinderen uit een vorig huwelijk ‘meeneemt’. Dit noemen we ook wel samengestelde gezinnen.
In Nederland woont 1 op de 7 kinderen in een eenoudergezin, en 1 op de 12 in een samengesteld gezin. Minder dan 1 procent van de kinderen maakt deel uit van een gezin met twee moeders of twee vaders.
Kinderen uit eenoudergezinnen komen vaker in aanraking met hulpverleners. Dat komt onder meer omdat veel eenoudergezinnen ontstaan door echtscheiding. Scheiding heeft altijd een negatief effect op kinderen (zie 38. Uit elkaar).
Eenoudergezinnen hebben vaak financiële problemen. Alleenstaande ouders (meestal moeders) vinden het vaak ook moeilijk om de opvoeding te organiseren.
Die problemen kunnen stress veroorzaken, waarop de kinderen met lastig gedrag reageren. Goede contacten met familie en buren kunnen deze gezinnen helpen (zie 42. Grootouders, 47. De buurt).
Samengestelde gezinnen bieden kinderen zowel problemen als kansen. Ze staan er financieel vaak beter voor. Maar (stief)ouders en (stief)kinderen moeten de onderlinge relaties wel opnieuw ‘uitvinden’, en dat is niet altijd gemakkelijk. Hoe jonger de (stief)kinderen zijn, hoe gemakkelijker dat gaat.
Het is belangrijk dat stiefouders eerst investeren in een goede relatie met de stiefkinderen voordat ze zich actief met hun opvoeding gaan bemoeien.
Groeien kinderen op bij een niet-biologische vader en/of moeder, dan is het belangrijk ze dat tijdig te vertellen. Ook is het belangrijk kinderen de kans te geven te ontdekken wie hun biologische vader en/of moeder is.