4. Eten en drinken – variëren en blijven aanbieden

Eetproblemen staan al jaren in de top-3 van vragen over opvoeding. Eten moet je leren, en dat begint al tijdens de zwangerschap.
De ongeboren baby krijgt een voorkeur voor bepaalde smaken doordat hij het vruchtwater van zijn moeder proeft. Dat smaakt naar het voedsel dat zij heeft gegeten. 
Ook de moedermelk die de baby na zijn geboorte krijgt, smaakt naar wat de moeder eet.
Als kinderen 4-5 maanden zijn, mogen ze naast het vloeibare eten ‘lepelvoeding afhappen’. Ze leren het zuigen, bijten en slikken bewust aan te sturen. Zoet en zout vinden ze lekker, bitter en zuur niet.
Kinderen van 6-8 maanden kunnen uit een beker drinken en vast voedsel kauwen. Tussen hun eerste en tweede verjaardag gaan kinderen mee-eten met hun ouders. In die periode gaan ze nieuw en onbekend eten weigeren. Dat duurt ongeveer totdat ze 2 jaar zijn. Hoe meer verschillende smaken kinderen vóór die tijd hebben geproefd, hoe sneller ze alles eten.
Kinderen moeten wel vijf tot tien keer nieuw voedsel voor hun neus krijgen voordat ze het opeten. Eten in een gezellige sfeer helpt ook om kinderen nieuw voedsel te leren eten.
Kinderen dwingen iets te eten (spruitjes) en ander voedsel juist verbieden (patat) werkt niet. Ze gaan het opgedrongen eten vies vinden, en zich overeten wanneer het verboden voedsel op tafel staat, zoals bij een kinderfeestje.
Kinderen die mogen eten wat ze willen en zoveel als ze willen, vinden als ze volwassen zijn maar weinig eten lekker. Meestal willen ze dan alleen ongezonde dingen eten, en dan worden ze te dik.
Ouders die niet willen dat hun kinderen dik worden, kunnen aan BOFTS doen. Bewegen, Ontbijten, Frisdrank zonder suiker, Televisie minderen en Slapen, verkleinen de kans dat kinderen dik worden.