44. Diversiteit en school – Leren leven met verschillen

Alle kinderen zijn anders. Het ene kind kan goed rekenen en klimmen, het andere is goed in taal en kent alle automerken uit zijn hoofd. Het ene kind moet meehelpen in huis en op zijn jongere broertje en zusje passen, het andere verdient geld met een krantenwijk.
Kinderen verschillen van elkaar, en school is de aangewezen plaats om kinderen te leren omgaan met verschillen. Want dat gaat niet vanzelf. Praten over verschillen kan zorgen voor meer begrip, en ook voor de oplossing van problemen die door verschillen kunnen ontstaan.
Bijvoorbeeld: te laat komen. De een komt te laat omdat hij zijn bed niet uit kan komen. De ander omdat hij zijn broertjes en zusjes naar school moet brengen. Leerlingen kunnen samen naar oplossingen zoeken, zodat toch iedereen op tijd komt.
Verschillen kunnen ook nuttig zijn. Als je samenwerkt, kom je dankzij verschillen op nieuwe ideeën en oplossingen. Zo ontdek je talenten van anderen. Je leert anderen te helpen. Dat helpt om te leren dat iedereen de moeite waard is.
Verschil in het onderwijs heeft ook te maken met ‘witte’ en ‘zwarte’  scholen. Witte scholen zijn scholen waar veel kinderen van hoogopgeleide ouders zitten. Op zwarte scholen komen vooral kinderen uit achterstandswijken.
Leerlingen op witte scholen presteren beter dan leerlingen op zwarte scholen. Maar als ruim de helft van de ouders van de kinderen op een basisschool een hoge opleiding heeft, presteren álle leerlingen beter.
Op gemengde scholen halen vooral leerlingen uit arme gezinnen met laagopgeleide ouders betere cijfers. Zij profiteren ervan als er verschil is. Een ander voordeel van meer hoogopgeleide ouders is, dat er meer uitstapjes en feesten worden georganiseerd op school. Als alle ouders daarbij helpen, leren ze elkaar kennen (zie 41. Samen opvoeden).