26. Depressie en zelfdoding – sombere pubers kun je meestal helpen

Ongeveer 3 tot 5 procent van de kinderen tussen 6 en 12 jaar is depressief. Depressieve gevoelens nemen sterk toe tijdens en na de puberteit, de periode van 11 tot 15 jaar. Dat komt omdat de hormonale veranderingen die dan optreden, heftige en sombere gevoelens kunnen veroorzaken.
Ook het lichaam van pubers ondergaat allerlei veranderingen (zie 2. Het lichaam). Daardoor kunnen ze zich onzeker gaan voelen.
De puberteit is bovendien de periode waarin kinderen zich gaan losmaken van thuis. Dat veroorzaakt vaak conflicten met hun ouders (zie 9. Pubers en conflicten).
Pubers voelen zich nogal eens onbegrepen. Dat kan tot sombere en wanhopige gevoelens leiden. Houdt die somberheid langer aan, dan kan het een depressie worden.
Depressieve pubers denken vaak aan zelfmoord, en doen ook vaak een zelfmoordpoging. Volgens Rotterdams onderzoek onder derdeklassers in het voortgezet onderwijs (14-16 jaar) had 9 procent van hen ooit echt een zelfmoordpoging gedaan. 25 procent had er het afgelopen jaar één keer of vaker aan gedacht een einde aan zijn leven te maken.
Of kinderen zelfmoordgedachten hebben, kun je aan een paar dingen zien:
(1) ze doen uitspraken die wijzen op gevoelens van hopeloosheid;
(2) ze brengen persoonlijke dingen op orde, ze geven bijvoorbeeld persoonlijke bezittingen weg;
(3) ze doen niet meer mee aan dingen die ze eerder leuk of belangrijk vonden;
(4) ze zijn negatief over zichzelf, anderen en de toekomst.
Kinderen gaan vaak hun uiterlijk verwaarlozen, slecht eten en slecht slapen. Op school verminderen hun leerprestaties en spijbelen ze vaker.
Kinderen gedragen zich op verschillende plekken anders. Het is belangrijk dat ouders en opvoeders met elkaar praten over het gedrag van het kind als ze denken dat er iets mis is, en op tijd hulp zoeken.