10. Conflicten tussen kinderen – compromissen sluiten en coachen

Kinderen maken ruzie. Over speelgoed, over aandacht, over hun plek binnen het gezin. Ze dagen elkaar uit of treiteren elkaar. Kinderen tot 5 jaar maken vooral ruzie met hun broertjes en zusjes. Gaan ze eenmaal naar school, dan hebben ruzies vaak te maken met de aandacht van vriendjes en vriendinnetjes: ‘Jij mag niet met ons spelen!’
Ruzies tussen broers en zussen horen bij de normale ontwikkeling. Ze kunnen een positieve en een negatieve invloed hebben op kinderen.
Positief is, dat ruziënde kinderen leren hun emoties uit te drukken, zich in te leven in anderen en argumenten te geven. Daarbij hebben ze wel de hulp nodig van volwassenen: ook goed ruzie maken, moet je leren (zie 9. Pubers en conflicten).
Ruzie heeft een negatieve invloed wanneer kinderen lichamelijk of met woorden agressief zijn en de ander bedreigen of onder druk zetten, of zich gewoon niets van hem aantrekken. Zulke ruzies zorgen zelf vaak weer voor nieuwe ruzies: over de ruzie.
Sommige kinderen maken sneller agressief ruzie dan andere (zie 20. Elk kind is anders). Slechte verhoudingen tussen gezinsleden zorgen ook voor meer ruzie. Bovendien maakt het voorbeeld van de ouders veel uit.
Ouders kunnen op drie manieren reageren op ruzies tussen hun kinderen. Ze kunnen zich er niet mee bemoeien.
Ze kunnen tussenbeide komen.
En ze kunnen kinderen advies geven bij het oplossen van de ruzie.
Ouders doen er meestal het beste aan kinderen advies te geven hoe ze de ruzie kunnen oplossen. Zo leren kinderen zelf hoe ze op een positieve manier een einde kunnen maken aan ruzies. Daar hebben ze de rest van hun leven ook nog wat aan.